Lieveheersbeestjes

Het vreemdkleurige lieveheersbeestje dat door onze leden in grote groepen op palen en bomen in onze baan is gesignaleerd, is het zestienstippelig lieveheersbeestje.

  

Herkenning – 2,5-3 mm. Makkelijk te herkennen aan de geel-beige dekschilden met op elk dekschild acht zwarte stippen waarvan de drie aan de zijkant verbonden kunnen zijn tot een golvende streep. Bij het mannetje is de kop tussen de ogen helemaal licht gekleurd, het vrouwtje heeft in het lichte deel een vertikaal zwart bandje.

Verwarring met andere soorten – Kan verward worden met het schaakbordlieveheersbeestje maar bij die soort zijn de stippen hoekig en ontbreekt de streep van verbonden stippen op de zijkant.

Voorkomen – Vrij algemeen maar zeldzaam in Friesland, het noorden van Groningen en Flevoland en schaars in droge zandgebieden.

Biotoop – Meestal in lage vegetatie in bermen, oevers, ruderaal terrein, parken en tuinen.

Activiteitsperiode adult – Wordt het gehele jaar aangetroffen met een piek in het voorjaar (april/mei) en de zomer (augustus).

Overwintering – In de lage kruidlaag, in bladstrooisel, op boomstammen, palen en muren, vaak in grote groepen van tientallen tot honderden exemplaren.

Voedsel – Meeldauw, pollen, nectar.

Met dank aan Kees de Lind van Wijngaarden en Willemien de Vries